post

Over karretjes, honden en heuvels

Toen Joost het karretje had gekocht had hij niet gedacht dat het zo zwaar zou zijn.

Als dat zo doorging zou hij direct na de vakantie weer op vakantie moeten.

Moeizaam trapte hij achter Emmie aan. Daar kwam weer een heuvel aan en zijn benen voelden als lood.

“Wij gaan kamperen met de fiets,” had Emmie gezegd. “Goed voor de gezondheid en veel goedkoper dan een hotel.” Ze had een heel strak schema opgesteld. Ze zouden beginnen in Limburg en dan via Luik naar de Ardennen en dan via Antwerpen terug.

Kamperen? Op de fiets? En zo ver? Joost had zijn bedenkingen gehad. “En moet de hond dan de hele weg naast de fiets lopen? Dat kan toch zeker niet?”

“Natuurlijk niet. Wij kopen een fietskarretje.” Emmie had alles al opgezocht op het internet. “Wij dragen allebei een rugzak en jij trekt Napoleon.”

Emmie streelde de trouwe St. Bernardhond die aan haar voeten lag en sprak hem zachtjes toe.

‘Jij mag ook mee, Napoleon. Joost trekt je wel over de heuvels.”

“Wat? Dat beest alleen weegt al 45 kilo en dan reken ik de kar nog niet eens mee!” Joost zag het niet zitten, maar daar wist Emmie wel raad mee. Als Joost problemen maakte keek ze hem doorgaans heel lief aan en zei dan zachtjes met zwoele stem: “Alsjeblieft, Joost…Doe het voor mij.” En dan smolt Joost. Dat werkte iedere keer.

En zo kwam het dat Joost en Emmie die dag vertrokken met volle rugzakken, een fietskar en de hond. Napoleon had eerst niet in het karretje willen stappen, maar nadat Joost wild had geschreeuwd en uiteindelijk een stukje leverworst in de kar had gegooid was hij er ingesprongen en nu stak hij zijn kop opgewonden door het kijkgat.

De kampeervakantie was begonnen…

Al snel reed Emmie ver vooruit door het Limburgse heuvellandschap maar hoe Joost zijn best ook deed, hij raakte steeds verder achterop. Wat was dat zwaar. Zo verschrikkelijk zwaar. Het gewicht van Napoleon begon zich te wreken en ze waren nu pas halverwege hun dagschema. Emmie was nog slechts een stipje op die lange, vermoeiende weg.

Dit houd ik niet vol.

En zo sleurde Joost zich voort in de verzengende zon. Emmie was inmiddels volledig uit het zicht verdwenen.

“Dit is geen vakantie,” mopperde hij terwijl hij even afstapte om zijn schouders wat te ontspannen. Het zweet droop van zijn voorhoofd. Napoleon keek hem vragend aan, alsof hij wilde zeggen: “Gaat het wel, baas?”

Nee, het ging niet.

Emmie had makkelijk praten. Die fietste lekker door.

Terwijl hij weer aan een nieuwe heuvel begon zag hij vanuit zijn ooghoeken een herberg. Een uitspanning! Joost stopte en keek ernaar. Herberg ‘de Koperen Ketel.’

Gezellig was het daar. Vanuit de gelagkamer klonken opzwepende boerenliederen en het bier was er ongetwijfeld lekker koud.

Een koud biertje zou me goed doen.

Zonder er twee keer over na te denken sprong Joost van zijn fiets en parkeerde hij het hele geval tegen een boom.

“Napoleon, we gaan het er eens lekker van nemen. Het is tenslotte vakantie.” Hij opende het hondenkarretje en Napoleon sprong er enthousiast uit.

Ik zal Emmie een sms’je sturen dat ik in de koperen ketel zit.

Een paar minuten later zakte Joost vermoeid in een stoel en slurpte hij gretig aan een groot glas bier. Dat is nog eens vakantie.

Bliep…Bliep!

Een sms’je van Emmie.

Joost veegde het schuim van zijn mond en las de boodschap. Emmie was inmiddels aangekomen op het kampeerterrein dat ze voor de eerste dag als pleisterplaats had uitgezocht, zo’n 10 kilometer verder op. Of Joost direct kon komen om de tent op te zetten.

“Ja…Daaaag,” mompelde Joost boos. “Eerst even bijkomen.”

Vijf biertjes later en met aanmerkelijk meer moed dan een uur eerder, besloot Joost dat het tijd was om verder te gaan.

“Ko…Kom Napoleon. We..We gaan naar het vrouwtje.”

Joost stommelde de herberg uit en liep naar zijn fiets. Tenminste, dat dacht hij.

De hondenkar stond nog precies waar hij die had achtergelaten, maar de fiets was weg.

Joost wreef zich over zijn hoofd. Hij had die fiets hier toch neergezet? Of had hij die misschien afgekoppeld? Nee, dat kon hij zich niet herinneren. Maar waar stond dat ding dan?

Opeens drong de wrede waarheid tot hem door. De adem stokte hem in de keel. Hij had de fiets niet op slot gezet. Dat ding was gestolen.

Opeens voelde hij hoe moe hij was. Alles begon hem te duizelen en zijn biertjes zakten hem in de benen.

Hij tuurde om zich heen, maar er was niemand te zien. Die dief was allang weggefietst.

Lopen…Ik zal moeten lopen.

Napoleon keek hem aan met zijn trouwe hondenogen alsof hij Joost smeekte om hem niet weer in de hondenkar op te sluiten.

Joost trapte uit frustratie tegen het wiel van de kar en wreef door zijn haar.

“Nee, Napoleon. Ik ga jou niet nog eens trekken. Jij mag de rest van de weg lopen.”

Er zat niets anders op.

En zo begon Joost met de riem van Napoleon in de ene hand, de ijzeren trekstang van de hondenkar in de andere, en zijn rugzak op zijn schouders, de volgende heuvel te beklimmen.

***

Toen hij om zeven uur afgepeigerd bij de camping aankwam had Emmie de tent allang opgezet. Ze was niet in de allerbeste stemming.

“Mooie bedoening,” foeterde ze. “Mijnheer gaat naar het café en laat mij het vuile werk opknappen.” Toen zag ze dat Joost de kar aan zijn hand voorttrok.

“Waar is je fiets?”

Joost keek haar aan met bloeddoorlopen ogen. “Gestolen. Dat rotding is gestolen.”

Emmie keek hem verontwaardigd aan.

“Je hebt je fiets laten stelen. Op onze kampeervakantie?”

Joost zakte neer op het gras voor hun tent en wilde wat zeggen, maar er kwam geen woord uit zijn mond.

“En nu?” wilde Emmie weten. “Morgen maar direct een tweedehands fiets voor je kopen. Ik heb al een rijwielhandel in het dorp gezien. We moeten morgen voorbij Luik zien te komen, anders raken we van ons schema af.”

Maar Joost schudde vermoeid zijn hoofd.

“Nee, Emmie. Het is mooi geweest. Wij blijven lekker hier. Zwemmen, kamperen, wandelen en zo nu en dan een biertje. Het is vakantie.”

“Wat?” Emmie’s gezicht betrok en ze besloot haar troefkaart in te zetten. “Alsjeblieft, Joost. Doe het voor mij?”

Maar Joost hoorde haar niet meer. Hij was in slaap gevallen en rustte met zijn hoofd op Napoleon, die zich tevreden had uitgestrekt en zich koesterde in de aandacht van de baas.

 

Speak Your Mind

*